• Laat het voorbeeld van Hooykaas niet eigenlijk ook zien hoe simplistisch, reactionair en cryptotheologisch de kritiek op het “vooruitgangsdenken” is? Het is niet toevallig dat twee andere wetenschapshistorici die in nogal volumineuze werken de continuïteit in de wetenschapspraktijk en de eigenwaarde van middeleeuwse geleerdheid benadrukten, Duhem en Crombie, allebei nogal overtuigd katholiek waren. Martin Rudwick probeert in zijn geschiedenissen van de geologie, Worlds before Adam en Bursting the Limits of Time, politiek correct aan te tonen dat geestelijken volwaardige deelnemers waren aan de ontwikkeling van de geologie & paleontologie als wetenschap, terwijl juist uit zijn boeken blijkt dat het idee van een schepping rond 4004 B.C. de grootste hindernis daarin was. Ik kan kortom niet zoveel met dat negentiende-eeuwse historisme in de hedendaagse wetenschapsgeschiedenis. OK, whig history als lineaire vooruitgangsgeschiedenis is fout. Dat is geen reden om het verleden te idealiseren alsof onze voorouders het net zo goed wisten als wij.

  • Anti-Whiggism appelleert denk ik aan de gedachte dat onze voorouders niet minder intellectueel begaafd waren dan wijzelf, en dat als zij bepaalde op grote schaal dingen dachten of deden, we die niet als (ook toen) belachelijk af dienen te schrijven alleen op basis van het feit dat wij die dingen nu niet meer denken of doen. Die gedachte is volgens mij onberispelijk, en het is ook terecht als vervolgens het punt wordt gemaakt dat dingen die wij niet met wetenschap associëren daar vroeger wel mee te maken hadden (of zelfs wetenschap waren – al is dat altijd een definitiekwestie waar historici niet als enigen gezag over kunnen claimen).

    Ik ben het met je eens dat onder die vlag (parasiterend op deze heel plausibele uitgangspunten) vaak verdergaande historistische veronderstellingen worden gepropageerd – die er dan vaak op neerkomen dat wij vanuit onze tijd allerlei dingen überhaupt nooit over het verleden dienen te zeggen. Maar over dat radicalisme gaat dit stuk denk ik niet: hier gaat het erom dat een basaal historisch besef (dat dingen die wij nu niet meer doen vroeger niet alleen door idioten werden gedaan; dat wetenschap in een culturele context plaatsvindt; etc.), óók al aanwezig was bij eerdere generaties wetenschapshistorici.

  • Floor

    Jeroen heeft goed verwoord wat ik met dit stuk wilde zeggen: het gaat niet zozeer over de vraag of kritiek op vooruitgansdenken nu wel of niet verstandig is, maar eerder over (genegeerde) continuïteit in argumentatie binnen de wetenschapsgeschiedenis. Overigens vind ik het wegzetten van mensen die kritiek hebben op vooruitgansdenken als simplistisch, reactionair en cryptotheologisch een voorbeeld van hetzelfde wij-zij denken dat ik in dit stuk aan de kaak probeer te stellen… Ja, Hooykaas’ geloof speelt een enorme rol in zijn betoog, maar dat wil toch niet zeggen dat je hem daarom zonder inhoudelijke argumenten kan wegzetten? Gelovig en wel kun je toch ook verstandige dingen zeggen?

  • Een week later heb ik inderdaad spijt van de polemische toonzetting van mijn eerste reactie, maar zit in dit stuk niet ergens de paradoxale suggestie van “kijk, Hooykaas had al hedendaagse opvattingen over de betrekkelijkheid van vooruitgangsdenken!” – een soort van anti-Whiggish Whiggism?

    En ja, gelovigen redeneren doorgaans net zo rationeel als andere mensen, tenzij ze wetenschappelijke consequenties uit hun geloof trekken. En dat is precies wat Hooykaas, Duhem en Crombie doen.